ActuaCamera'sPolitiewaakhond snoeihard voor gebruik bodycams door politie

11 juni 2020
https://ministryofprivacy.eu/wp-content/uploads/2020/06/politiewaakhond-1280x855.jpg
De COC: wat is dat voor een beest? 

Het COC – het Controleorgaan op de politionele informatie – waakt over de toepassing en naleving van verschillende wetgeving – waaronder de dataprotectiewetgeving (privacy). Toen in 2018 verschillende bevoegdheden overgingen van de Privacycommissie naar het COC, waren we beducht voor een halfslachtige, povere waakhond. 

Niets blijkt minder waar. Het COC is snoeihard voor het gebruik van bodycams door politiezones. Het is overigens niet de eerste keer dat het COC zich stevig laat opmerken: zo liet ze enkele maanden geleden duidelijk blijken in de media absoluut niet opgezet te zijn met de illegale testen die de Federale Politie opzette in Brussels Airport. Met behulp van gezichtsherkenningstechnologie probeerde de politie passanten op Brussels Airport te scannen – en laat gezichtsherkenning nu nog altijd illegaal zijn in dit land. Het is overigens volstrekt onduidelijk wat er, na het afblazen van de testen onder druk van het COC en Ministry of Privacy, verder gebeurde met de gemaakte beelden. De politie geeft geen verdere commentaar. 

Het COC is snoeihard voor het gebruik van bodycams door politiezones.

Hier gaat het echter niet om gezichtsherkenning, maar wel over bodycams: de camera’s die politieagenten gebruiken om interventies mee op te nemen, en die vastgeklikt zijn aan het uniform. 

Snoeihard advies

In haar “Advies uit eigen beweging naar aanleiding van de bevindingen in het kader van een onderzoek naar het gebruik van bodycams” (klik hier), een lijvig document van 30 pagina’s, geeft het controleorgaan aan dat het “geregeld wordt bevraagd, zowel door de politiediensten als andere stakeholders (vb. een syndicale organisatie) over het gebruik van de bodycam voor politionele opdrachten.”

Allereerst maakt het COC onderscheid tussen visuele en auditieve data: de camera’s filmen niet enkel, maar nemen ook geluid op. Dat zorgt volgens haar voor een juridisch ‘spanningsveld’: 

“Van bijzonder belang is, dat bij het gebruik van bodycams niet alleen beeldgegevens (persoonsgegevens) van de betrokkene worden verwerkt maar eveneens gesprekken (kunnen) worden opgenomen. Daardoor ontstaat bij het gebruik van de bodycam een complex samenspel van wettelijke voorwaarden die zowel betrekking heeft op de voorwaarden voor het zichtbaar gebruik van camera’s, zoals geregeld in de WPA, als op de bescherming van het communicatiegeheim, meer bepaald artikel 259bis van het Strafwetboek (hierna Sw.). Deze laatste regelt het principieel verbod op het onderscheppen, opnemen en kennisnemen door een (politie)ambtenaar van niet voor het publiek toegankelijke communicatie.”

De camerabeelden mogen er ook nooit op gericht zijn om “intieme beelden vast te leggen, of om informatie in te winnen over de raciale of etnische oorsprong van de persoon, zijn of haar religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, zijn politieke opvattingen, zijn vakbondslidmaatschap, zijn gezondheidstoestand, zijn seksleven of zijn seksuele geaardheid.” De politiezones krijgen een veeg uit de pan, omdat ze amper motiveren waarom een bodycam in bepaalde situaties noodzakelijk zou zijn. 

Stand-by of actief? Juridisch steekspel

Volgens de politiezones is er in fase van de stand-by geen sprake van ’opname’ van gegevens (beeld en geluid). Met dit gelaagd beslissingskader lijken de politiezones er dus vanuit te gaan dat op het louter ‘dragen’ van de bodycam de bepalingen van de WPA niet van toepassing zijn. Er worden, zo wordt aangenomen, geen beelden en audio ’opgenomen’. Het Controleorgaan kan deze zienswijze niet bijtreden.”

Lees je dus correct: volgens de politie is de wetgeving niet van toepassing zolang de camera op stand-by draait (hoewel de stand-by modus buffert en er dus om de zoveel seconden beelden en audio worden opgenomen). Het COC veegt die argumentatie van tafel: “In tegenstelling tot wat het terminologisch onderscheid tussen het ‘dragen’ en het ‘gebruiken’ (‘activeren’) veronderstelt, betreft dit terminologisch onderscheid een ad hoc gecreëerde (juridische) fictie. Immers, ook in de stand-by modus worden beelden en persoonsgegevens opgenomen en dus verwerkt.”

Dit is problematisch, omdat agenten de verplichting hebben om personen te verwittigen dat er opnames gebeuren (en dus niet stiekem opnames mogen plaatsvinden). Doordat de bodycams echter heimelijk bufferen – terwijl personen uiteraard niet op de hoogte zijn van de opnames – is dit volgens het COC niet in overeenstemming met de geldende wetgeving. 

Hoelang mogen de beelden bewaard worden? 

De wet stipuleert een bewaartermijn van 1 jaar, met gewone toegang door politie van één maand. In de praktijk blijkt het niet zo vlot te lopen: eens de bodycam in het ‘docking station’ gaat, vertrekken de beelden naar de servers van de politie. De ene zone hanteert de datum van opslag door de bodycam zelf, de andere zone de datum waarop de beelden naar de server vertrekken. Dit creëert ongelijkheid. 

Ook hier kan de vraag gesteld worden of er geen minimale bewaartermijn in de WPA moet voorzien worden ten behoeve van controledoeleinden. De variatie in bewaartermijnen in de praktijk betekent hoe dan ook een ongelijke behandeling van de burger die eventueel een beroep wil (kunnen) doen op de beelden (ten laste of ten ontlaste). Ook voor het parket is die variatie in termijnen geen goede zaak.”

De burger moet toegang krijgen

Welke politieambtenaar precies toegang krijgt tot de beelden, staat eveneens ter discussie. Toegang tot de beelden moet duidelijk gelogd worden, maar krijgt de burger ook toegang? 

“Aan de andere kant valt niet in te zien waarom de politieambtenaar, buiten het geval van een bestaande operationele noodzaak, wel toegang zou hebben tot zijn beelden maar deze rechten niet zouden worden toegekend aan de burger. Er lijkt geen objectieve reden voorhanden dat het verschil in behandeling tussen de politieambtenaar en de burger rechtvaardigt”. 

Wie is verantwoordelijk? 

In deel 5 van haar advies spendeert het COC aandacht aan de verantwoordelijke, wanneer – in haar opinie – opnames worden gemaakt in strijd met de geldende wetgeving. Ze overloopt de verschillende strafbepalingen waaraan agenten en korpschefs blootstaan bij oneigenlijk gebruik van de camera’s. Dit leest vooral als een stevige waarschuwing naar politiezones toe. Zo wijst ze op een inbreuk op artikel 259bis Strafwetboek en op de overtreding van de Wet Gegevensbescherming. 

Conclusie

Het advies van het COC leest als een lange aanklacht tegen de vele onduidelijkheden in de wetgeving, maar evengoed tegen het vaak nonchalante gebruik van bodycams door politie. Dat mag opmerkelijk heten, omdat onze politie steeds een absolute voorbeeldrol moet bewaken, zeker bij strafprocedures, waar de minste procedurefout wordt aangegrepen. 

Op juridisch vlak brengt het gebruik van de bodycam meer problemen met zich dan de wetgever had geanticipeerd.

Op praktisch vlak is er bij de politieambtenaar minstens de perceptie en dikwijls zelfs de uitgesproken doelstelling dat de bodycam een middel is om als ‘tegenbewijs’ of als ‘rechtvaardiging’ (van zijn handelen) dienst te doen. Deze perceptie wordt mede gevoed door veelvuldige uitspraken door politiechefs en hun overheden waarbij het gebruik van de bodycam nadrukkelijk wordt voorgesteld als een ‘controlemiddel’ tegen (buitensporig) geweld door de politieambtenaar, terwijl dat niet expliciet de bedoeling is van de wetgever. Daardoor wordt de bodycam deels gebruikt op een wijze en met doelstellingen die niet in overeenstemming zijn met de wet.”

Daardoor wordt de bodycam deels gebruikt op een wijze en met doelstellingen die niet in overeenstemming zijn met de wet.”

Extra: mag je zelf de politie filmen? 

In een arrest van 14 februari 2019 heeft het Europees Hof van Justitie duidelijk gemaakt dat ook de politieambtenaar bescherming geniet van zijn persoonsgegevens tijdens de uitvoering van zijn politieopdracht en hij ook een zekere bescherming van zijn privacy geniet.

Het Hof maakt duidelijk dat voor het filmen van politieambtenaren tijdens een interventie geen beroep kan gedaan worden op de uitsluitingsgrond van het verwerken van persoonsgegevens voor uitsluitend persoonlijke doeleinden. Aan de andere kant is het Hof van oordeel dat niet alleen professionele journalisten (gebonden aan gedragscodes) politieambtenaren kunnen filmen, wanneer het gaat om feiten die het publieke belang raken en men in dat geval niet de toestemming van de gefilmde persoon (dus politieambtenaar) moet krijgen. Ook de zogenaamde ‘burgerjournalist’ kan deze uitzonderingsgrond inroepen.

Maar het Hof van Justitie gaat niet mee in de (dikwijls foutief voorgestelde) visie dat elk politioneel optreden de publieke opinie raakt. Dit betekent dat degene die de politieambtenaar filmt een gerechtvaardigd belang moet kunnen aantonen op het ogenblik dat de beelden worden gemaakt.”

Let dus op: niet elke politie-interventie raakt de publieke opinie, en agenten hebben ook een zeker recht op privacy. Als je een interventie filmt, zet dit nooit op sociale media tenzij je eerst juridisch advies hebt ingewonnen over deze voorwaarde. 

Ministry of Privacy

https://ministryofprivacy.eu/wp-content/uploads/2020/01/logo-web.png
Neem je privacy terug in handen
Contact
Private Stichting
Nr. 0716.922.347
+32 9 320 00 34